Hoe mogelijke problemen bij de werking van een automatische vormmachine te voorkomen en op te lossen

Een automatische zandvormmachine kan tijdens het gebruik defecten vertonen. Hieronder volgen enkele veelvoorkomende problemen en manieren om deze te voorkomen:

Porositeitsprobleem: porositeit treedt meestal plaatselijk op in het gietstuk, als een enkele porositeit of honingraatporositeit met een schoon en glad oppervlak. Dit kan worden veroorzaakt door een onjuiste instelling van het gietsysteem, een te hoge verdichting van de zandvorm of een slechte ontluchting van de zandkern. Om luchtbellen te voorkomen, moet ervoor worden gezorgd dat het gietsysteem correct is ingesteld, de zandvorm gelijkmatig verdicht is, de zandkern niet verstopt is en dat de ontluchtingsopening of -opening zich aan de bovenkant van het gietstuk bevindt.

Probleem met zandgaten: Een zandgat is een gietgat dat zanddeeltjes bevat. Dit kan worden veroorzaakt door een onjuiste plaatsing van het gietsysteem, een slecht ontwerp van de modelstructuur of een te lange verblijftijd van de natte mal vóór het gieten. Methoden om zandgaten te voorkomen zijn onder andere een correct ontwerp van de positie en grootte van het gietsysteem, de keuze van een geschikte starthelling en afrondingshoek, en het verkorten van de verblijftijd van de natte mal vóór het gieten.

Probleem van zandinsluitingen: zandinsluitingen betekenen dat er een laag vormzand tussen een laag ijzer en het gietstuk op het oppervlak van het gietstuk aanwezig is. Dit kan te wijten zijn aan een te lage of te lage verdichting van de zandvorm, een onjuiste gietpositie of andere oorzaken. Methoden om zandinsluitingen te voorkomen zijn onder andere het controleren van de verdichting van de zandvorm, het verbeteren van de luchtdoorlaatbaarheid en het inbrengen van spijkers in zwakke plekken tijdens het handmatig modelleren.

Probleem met verkeerde vorm: De automatische vormmachine kan tijdens het productieproces problemen met verkeerde vorm vertonen. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals een verkeerde uitlijning van de vormplaat, een vastzittende conuspositioneringspen door zandophoping, een te snelle duwsnelheid waardoor de boven- en onderkant verschuiven, een vuile binnenwand van de vorm die vastzit door zandophoping, en een ongelijkmatige heffing van de vorm waardoor de zandband op de vorm scheef komt te staan. Om deze problemen op te lossen, moet ervoor gezorgd worden dat het ontwerp van de vormplaat correct is, de conuspositioneringspen schoon is, de duwsnelheid gematigd is, de binnenwand van de vorm schoon is en de vorm glad is.

Door bovenstaande maatregelen kunnen mogelijke gebreken bij het gebruik van de automatische zandvormmachine effectief worden verminderd en kan de gietkwaliteit worden verbeterd.


Geplaatst op: 9 augustus 2024